Je hebt last van het “Uit het oog, uit het hart”-syndroom

Je hebt last van het “Uit het oog, uit het hart”-syndroom

Sommige mensen vergeten dingen die ze moeten of willen doen, als ze de voorwerpen die daarvoor nodig zijn niet in het zicht hebben liggen. Deze spullen dienen als visueel geheugensteuntje. Dit is het “uit het oog, uit het hart” syndroom. Het maakt je huis erg rommelig en chaotisch, zeker als het veel klussen zijn. Het is een hardnekkig syndroom en je hebt meestal een combinatie van strategieën nodig om te voorkomen dat je huis een rommelig aanzien houdt.


  1. Denk transparant. Kijk of je de spullen toch kunt opbergen. Bijvoorbeeld in doorzichtige bakken die je kunt stapelen of door kasten met transparante kastdeuren. Zo blijven ze wel in het zicht en ze worden niet meer zo stoffig. Bovendien ziet er vaak aantrekkelijker uit.

  2. Postvak uit voor spullen. Zorg voor een specifieke mand voor spullen die je huis uit moeten. Zoals bibliotheekboeken, dossiers van je werk, spullen die mee moeten naar school en miskopen die je nog kunt ruilen. Zet deze dicht bij de deur zodat je hem altijd ziet als je de deur uitloopt.

  3. Vaste bewaarplaats voor lopende projecten. Gebruik projectmapjes of bakjes voor actuele projecten waarvan je de papieren wel voor het grijpen, maar niet in stapels op je bureau of tafel wil hebben liggen. Dat kunnen hangmappen, tijdschriftcassettes, brievenbakjes of een plank boven je bureau zijn. Voor creatieve of klusprojecten werken klapkratten goed (en die zijn stapelbaar!). Controleer regelmatig of al je projecten nog steeds voldoende aandacht van je krijgen.

  4. Reparatiemand. Gebruik een specifieke mand, of grote krat, voor spullen die je wilt repareren. Op het moment dat er te veel spullen in belanden kun je goed zien dat je wel erg veel op je bord legt. Het geeft overzicht, en soms is het ook wel choquerend hoeveel spullen er nog wachten op een actie van jouw kant. Kijk eens kritisch of al die spullen het nog waard zijn om te repareren. Zijn ze jouw tijd en energie echt waard? Als ze het echt waard zijn om nog te repareren, maar je komt er zelf toch niet aan toe, overweeg dan om een deel uit te besteden.

  5. Een werklijstje. Zet de klussen die je nog moet doen op een werklijstje die je op een zichtbare plek bewaart (bijvoorbeeld op de koelkast of voorin je agenda). Je hoeft de spullen die je voor die klussen nodig hebt dan niet in het zicht te blijven bewaren.  Een andere optie is om een moederlijst te hanteren van alle klussen die je nog wilt doen en een kort werklijstje op de koelkast van de 3 met de grootste prioriteit. Heb je ze alle 3 gedaan? Dan kies je 3 nieuwe klussen van de moederlijst. Staan er veel klussen op? Plan dan specifieke blokjes in je agenda (en schrijf die ook echt op in je agenda) die je aan deze klussen gaat besteden.

Werk je lijstje(s) regelmatig bij. Als je niet op je lijstjes kunt vertrouwen, ga je toch weer spullen en stapels papier als visuele geheugensteuntjes gebruiken.